Stel je Nederland voor zonder steden, wegen of dijken. Een landschap van rivieren, bossen en open vlaktes, waar mammoeten en wolharige neushoorns rondzwierven. In die wereld leefden al mensen, lang voordat Nederland bestond zoals we het nu kennen.
Overleven in een veranderend landschap
De oudste overtuigende sporen van menselijke aanwezigheid in Nederland zijn ongeveer 250.000 tot 300.000 jaar oud. Bij Maastricht zijn vuurstenen werktuigen gevonden die verband houden met vroege neanderthalers. Veel later, zo’n 15.000 jaar geleden, verschenen ook de eerste bekende moderne mensen in deze streken.
Deze mensen leefden van jagen, vissen en verzamelen. Ze trokken rond om voedsel te vinden en maakten werktuigen van vuursteen, hout en bot. Hun leven speelde zich af in een landschap dat voortdurend veranderde door koude en warmere perioden. Tijdens de laatste ijstijd waren grote delen van het gebied koud, droog en boomarm. Grote dieren, waaronder mammoeten en wolharige neushoorns, maakten deel uit van die wereld.
Toen het klimaat veranderde
Ongeveer 11.700 jaar geleden begon het huidige warme tijdvak. Het klimaat werd geleidelijk warmer en het landschap veranderde. Bossen breidden zich uit, dieren pasten hun leefgebied aan en mensen moesten nieuwe manieren vinden om aan voedsel te komen.
Jagers-verzamelaars bleven nog duizenden jaren in deze streken leven. Sommige groepen keerden regelmatig terug naar dezelfde plekken, bijvoorbeeld bij rivieren en meren waar vis en andere voedselbronnen te vinden waren.
De komst van de eerste boeren
Rond 5300 voor Christus vestigden de eerste landbouwgemeenschappen zich in Zuid-Limburg. Deze boeren, bekend als de Bandkeramiekers, verbouwden gewassen, hielden vee en bouwden stevige huizen. Daarmee begon een grote verandering: mensen konden op één plek wonen en hun voedsel gedeeltelijk zelf produceren.
Jagers-verzamelaars verdwenen echter niet meteen. Verschillende manieren van leven bestonden naast elkaar, en de overgang naar landbouw verliep niet overal op dezelfde manier of op hetzelfde moment.
De bouwers van de hunebedden
Veel later, vanaf ongeveer 3400 voor Christus, bouwden boeren van de Trechterbekercultuur in het noorden van Nederland grote stenen grafmonumenten: de hunebedden. De enorme zwerfkeien waren tijdens eerdere ijstijden vanuit Scandinavië naar deze streken vervoerd door gletsjers.
De bouwers gebruikten deze stenen om gemeenschappelijke graven te maken. Sommige hunebedden zijn nog altijd in Drenthe te bewonderen. Ze herinneren ons aan gemeenschappen die duizenden jaren geleden leefden, werkten en hun doden begroeven.
Van vroege jagers in een koud landschap tot boeren met vaste nederzettingen: de prehistorie was geen rechte lijn, maar een lange geschiedenis van aanpassing en verandering. En dit was nog maar het begin van het verhaal van Nederland.
Bronnen
- Rijksmuseum van Oudheden — Nederland in de prehistorie
- Maastricht Museum — Maastricht in de prehistorie
- Rijksmuseum van Oudheden — Grafvelden, hunebedden en urnen
